Opiniestuk lokale planlastvermindering
Burgemeesters gaan gebukt onder een overvloed aan regelgeving en verplichte beleidsplanning. Dat laten ze ons de laatste dagen toch geloven in diverse kranten. Deze analyse klopt ongetwijfeld ten dele maar de nuancering blijft achterwege. Alle beleidsplannen worden op een hoopje gegooid met diverse regelgeving en bestempeld als administratieve overlast. Dit gaat bovendien vaak gepaard met foute informatie naar het brede publiek. Een inhoudelijke benadering van het planlastdebat dringt zich op, met aandacht voor de meerwaarde van bepaalde specifieke plannen met name het lokale jeugdbeleidsplan.
Het decreet van 14 februari 2003 met betrekking tot de ondersteuning en stimulering van het gemeentelijk jeugd en jeugdwerkbeleid voorzag in 2008 meer dan 20 miljoen euro, jaarlijks aangepast aan de index. Voor een centrumgemeente als Gent is dit meer dan 1 040 000 euro, voor Brugge betekent dit bijvoorbeeld meer dan 280 000 euro en een stad als Oudenaarde ontvangt meer dan 71 000 euro. Om in aanmerking te komen voor deze ondersteuning verwacht de overheid een lokaal jeugdbeleidsplan voor de termijn van drie jaar, opgemaakt in samenspraak met de jongeren, kinderen en de lokale jeugdraad. In tegenstelling tot wat sommige burgemeesters beweren moet er dus niet jaarlijks, maar om de drie jaar een beleidsplan worden opgesteld. De gemeenten moeten jaarlijks enkel een verantwoordingsnota over de uitvoering van het jeugdbeleidsplan indienen met een beschrijving van eventuele bijsturingen bij de uitvoering van het beleidsplan. De inhoud van het plan werd in 2006 trouwens teruggebracht van acht naar twee hoofdstukken, precies in het kader van planlastvermindering. In relatie tot de ontvangen middelen lijkt Vlaanderen ons dus eerder bescheiden in haar verwachtingen naar en controle op de gemeenten.
Daarnaast gaat de planlastdiscussie voorbij aan de meerwaarde van de lokale jeugdbeleidsplanning als sleutel voor kinder- en jongerenparticipatie. In Vlaanderen wonen ongeveer 1 miljoen 360 duizend kinderen en jongeren onder de 19, waarvan de meesten nog niet mogen stemmen. Participatie van deze doelgroep vereist een specifiek methodisch kader in de vorm van een lokale jeugdraad of andere lokale participatie-instrumenten die afgestemd zijn op kinderen en jongeren. Het decreet van 14 februari 2003 met betrekking tot de uitvoering van een gemeentelijk jeugd- en jeugdwerkbeleid biedt daarvoor garanties. De gemeenteraad kan het jeugdbeleidsplan immers pas goedkeuren na een inspraakprocedure waarbij volgende actoren betrokken worden: de particuliere plaatselijke en intergemeentelijke jeugdwerkinitiatieven, kinderen en jongeren van drie tot vijfentwintig jaar, deskundigen inzake kinderen, jongeren en jeugdwerk en de gemeentelijke jeugdraden. Wanneer lokale jeugdbeleidsplannen worden afgeschaft of opgeslorpt in andere algemene plannen, wordt de participatie van kinderen en jongeren in grote mate afgezwakt en sluit je een belangrijke groep uit van een van de weinige mogelijkheden tot beleidsparticipatie.
Jeugdbeleid is trouwens ook categoriaal, het vertrekt vanuit het oogpunt, de belangen , de ervaringen en de leefwereld van de categorie jonge mensen. Categoriaal beleid verschilt van een sectorale aanpak waar sectoren en instellingen het uitgangspunt vormen. Jeugdbeleid doorkruist instellingen en legt dwarsverbindingen. Het huidige decreet tot uitvoering van een lokaal jeugdbeleid biedt twee garanties tot de uitvoering van een dergelijk jeugdbeleid: de ontwikkeling van een lokaal beleidsplan, gekoppeld aan een afstemming op andere gemeentelijke beleidsplannen en de werking van lokale jeugdraden. De lokale jeugdraad heeft het recht adviezen te geven op alle beslissingen die een gemeente neemt die betrekking hebben op of gevolgen hebben voor jongeren en kinderen. Een gemeente die werk maakt van een categoriaal jeugdbeleid zorgt er net voor dat de jeugdraad beslissingen van de gemeente toetst op de mogelijke gevolgen of meerwaarde voor jongeren. Deze aanpak getuigt van een duidelijke investering in de toekomst.
De Vlaamse Jeugdraad is dus voorstander van een planmatige uitwerking van een sterk jeugdbeleid. In het huidige debat rond planlast horen ook de talrijke meerwaarden van deze aanpak aan bod te komen zodat in de toekomst de stem van kinderen en jongeren ook op lokaal niveau blijft weerklinken.
Filter persberichten
Contactgegevens
- Katrien Crispeyn
- 02 551 13 70
- katrien.crispeyn@vlaamsejeugdraad.be
